Toon en Luuk werken op Erve Austie: renovatie met technieken van vroeger en vakmanschap van nu
Een eeuwenoude boerderij: Erf Scholten, naar verluid de oudste boerderij van Beuningen. Voor de eerste bekende vermelding in oude akten moeten we terug naar het jaar 1313. Na de middeleeuwen worden meerdere schuren rondom de boerderij gebouwd. De schuur die Aannemersbedrijf Oude Moleman restaureert, is onderdeel van Erve Austie zoals het later genoemd wordt naar de laatste familie die er boerde. Het erf is nu eigendom van voormalig prof-triatleten Rachel Klamer en Richard Murray die het in de komende jaren omtoveren tot een modern trainingscomplex.
De schuur waar metselaar Toon Achterweust en timmerman Luuk Borggreve nu aan werken, deed dienst als machineschuur. De mannen werken niet altijd samen bij Oude Moleman, maar zijn als gelegenheidsduo voor dit bijzondere project bij elkaar gebracht. Volgens oude Twentse overlevering zou deze rond 1750 uit Breklenkamp zijn gekomen. Of dat echt zo is, blijft in het midden, maar het idee dat deze constructie al zo’n tweeënhalve eeuw geschiedenis meedraagt, vinden de mannen prachtig. Toon knikt: “Dat maakt het werk alleen maar mooier. Je weet dat je niet zomaar een schuurtje opknapt, maar eentje met een stukje verleden.”
Houtworm en boktor
De constructie was scheef, houtworm en boktor tastten het houtwerk aan en wind en regen hadden binnen vrij spel. Gezien de nagenoeg vervallen staat waarin de schuur verkeerde, wordt deze in opdracht van het echtpaar Murray-Klamer met prioriteit opgeknapt. Het is koren op de molen van Luuk en Toon. Ze kennen dit werk en houden ervan. Met de geur van eikenhout en kalkmortel is het voor de mannen een uitdaging waar ze met plezier aan beginnen. Zoals iedere renovatie start deze ook met een grondige inspectie van de bestaande constructie. Wat er wordt aangetroffen, zijn aangetaste staanders en sporen die hun draagkracht al lang verloren hebben. Er wordt gekeken wat behouden kan blijven en wat vervangen moet worden.
Waterpas
Het echte werk volgt: het herstellen van het gebint, het hart van de schuur. Rotte staanders worden vervangen door hergebruikt oud eiken passend bij de stijl. “Eiken waar men vroeger met de hand met een trekmes de bast ervan afhaalde,” weet Luuk. Het kenmerkt de oude schuur: niet alles is kaarsrecht en dat hoort ook zo. “Het was in de tijd dat alles simpel moest worden gedaan,” vult Toon aan, “Dat kon niet anders. Vroeger had je geen machines. Je had een hamer en een beitel. We werken hier op het oog, want een waterpas kun je bij de renovatie nauwelijks gebruiken.” Met 38 jaar ervaring bij Oude Moleman weet hij als geen ander hoe traditioneel metselwerk in elkaar zit. Sinds de LTS is hij metselaar en dat blijft hij. “Timmeren kan ik wel, maar het is niet m’n hobby,” grijnst hij.
Pen-en-gatverbinding
Ook Luuk (33), die als allround timmerman vijf jaar geleden bij Oude Moleman in dienst trad, koestert die oude technieken en materialen: “We gebruiken geen schroeven, maar pen-en-gatverbindingen zoals vroeger, met daarnaast gesmede spijkers. En natuurlijk hergebruiken we het oud eiken. Nieuwe eiken balken pas qua uitstraling niet bij de oude gebinten. Strak bouwen kunnen we hier niet en moet je ook niet willen, want dat hoort niet bij het karakter van deze oude schuur.”
Bentheimer zandsteen
Onder iedere staander staat inmiddels een voet van Bentheimer zandsteen. “Als je daar niets onder zet, rotten ze zo weer weg,” legt Toon uit. “Deze steen hoort bij deze streek, zoals dat hier in Twente al eeuwen gebeurt.” Het hele geraamte wordt opnieuw opgebouwd en gestut, grotendeels met machines, maar de laatste verbindingen worden met hamer en beitel op traditionele wijze met de hand pasgemaakt. Dat maakt het werk soms zwaar.
Gebint maakt het pand
De oude schuur krijgt zijn hart en stevigheid terug als de oude gebinten herplaatst of gerenoveerd zijn. Deels moeten er andere worden geplaatst, ook weer van oude panden uit de buurt. “Het gebint maakt het pand,” zegt Toon bijna liefdevol. “Als dat weer staat, weet je: dit komt goed.” Als de hoofddraagconstructie weer staat, kan het dak worden aangepakt. Sporen worden waar nodig vernieuwd en de muurplaten aangevuld. Vervolgens leggen de mannen vuren richels en schroten aan, gevolgd door de Masolietplaten, die zorgen voor stevigheid en bescherming. Daarbovenop komen de tengels en panlatten die het dak weer vormgeven zoals het ooit bedoeld is. De originele oud-Hollandse pannen, die eerder van het dak gehaald zijn, gaan er uiteindelijk terug op. Tussen de pannen wordt heide aangebracht, een traditionele manier tegen het binnenvallen van jachtsneeuw. “Vroeger werd stro gebruikt, maar heide gaat veel langer mee,” weten de twee collega’s.
Gescheurde bakstenen
Een deel van de muren bevat nog het metselwerk van vroeger met kalkmortel, en een deel is ooit gerenoveerd met nieuwere bakstenen met cement. “Jammer,” vindt Toon, “Hier moet je niet met modern cement gaan werken. Oude stenen zijn zacht. Metsel je ze in cement, dan kunnen ze scheuren. Kalkmortel blijft zacht. Ja, als je de oude stenen moet afbikken en opnieuw moet leggen, dan duurt het wel langer, maar je krijgt er wel iets moois voor terug.”
Boktor
Wanneer het dak dicht is, krijgt het hout een behandeling tegen boktor en houtworm, zodat toekomstige generaties er geen omkijken naar hebben. Daarna kan de afwerking beginnen: deuren in oude stijl, precies zoals het ooit gedaan is. Als laatste krijgt de vloer een nieuwe basis van klinkers, passend bij het erf en de tijd waarin de schuur ooit gebouwd werd.
Kistje goud
De mannen kijken uit naar het moment dat de schuur weer fier en stevig staat, klaar voor een nieuwe levensfase. “Eigenlijk is het hartstikke mooi, dat het allemaal zo simpel kan zijn. En dat die oude technieken nog steeds werken ook,” zegt Luuk. “Op de boktor en houtworm na waren er eigenlijk geen echte verrassingen.” Toon lacht: “Ach, bij zo’n renovatieproject kom je van alles tegen. Dat lossen we vaak ter plekke wel op. Hier vonden we ook wel wat, alleen dat kistje goud niet!”



